Main menu
Stefan Jung
Stefan Jung sloot in 1976 zijn studie aan de sociale academie in Eindhoven af met een theaterproject en werkte als speldocent en regisseur bij verschillende zorginstellingen en amateur-groepen. Hij heeft theatervoorstellingen-op-maat gemaakt bij o.m. Het Werkteater en heeft als acteur uiteenlopende rollen gespeeld bij groepen als Amai, de Trust en Het Vervolg. Daarnaast werkte hij mee aan een aantal films, zoals aan de korte film Skoda van Rob Lücker, die in 2007 in premiere ging. Stefan Jung is nog te zien in de theatersolo Woest, een stuk over een psychiater die gek wordt van zijn werk, geschreven door Boy Jonkergauw. Voor de actuele speellijst .
Bij Carte Blanche staat voor 2008 De Grootinquisiteur van Dostojevski op het programma, een solovoorstelling in de regie van Rinus Knobel. Eerder maakte Stefan Jung "Een Gouden Kind" van Jean Paul Franssens, De Vergaderzaal van Alberts en Eclips van Bernlef. In juni 2003 ging Maanzuur in première, een voorstelling gebaseerd op de gelijknamige novelle van Malcolm Lowry. De hoofdfiguren in al deze stukken balanceren op de rand tussen normaal en abnormaal, ze zijn in strijd met zichzelf en hun omgeving. Een gegeven dat als een rode draad door het werk van Stefan Jung loopt.
De rode draad
Stefan Jung in een interview:
"Ik merk dat het in mijn werk bijna altijd gaat over individuen die door hun eigenaardigheden in de verdrukking komen. Over aanpassing, ontsnappen uit een keurslijf, overleven. Bij verstandelijk gehandicapten is dat het duidelijkst. Ze worden omringd met zorg. Elke onverwachte gebeurtenis wordt uit hun leven gebannen. Van ’s morgens tot ’s avonds is hun tijd ingedeeld. De intellectuele mogelijkheden van verstandelijk gehandicapten hebben een plafond. Als je je daar op concentreert dan zie je stabiliteit, geen beweging. Het heeft geen perspectief en dat kost bakken energie. Maar als je zoekt naar de emotionele en spirituele mogelijkheden dan blijkt dat die oneindig zijn. Ik probeer mensen een kader te bieden waarbinnen ze kunnen losbreken. Een metafoor die hen vrij laat. Wat je dan te zien krijgt is intrigerend, voor het publiek maar ook voor mij als regisseur en voor de ‘normale’ medespelers. Mensen zien het vaak als een zwaktebod als je werkt met mensen die zorg behoeven. Alsof het geen volwaardig theater op kan leveren. Dat is een vergissing. Je moet alleen niet in hokjes denken en precies willen benoemen wat iets is.
Ik ben er niet in eerste instantie op uit mensen aan het spelen krijgen. Ik wil ik de artiest in hen vrijmaken. We schilderen, maken muziek, bewegen en zijn bezig met tekst. Het is een zoektocht waarbij je oog moet hebben voor iemands onvolkomenheden en afwijkingen, ze niet proberen te verdoezelen, maar ze te gebruiken als de motor waarmee kunst wordt gemaakt."